Informatie

Peter Westenbrink exposeert boutkunst, hij laat conceptueel werk zien dat gelinkt is aan De Ronde Venen.

Boutkunst bestaat uit twee zogenaamde kunstenaarsboeken. Daaruit heeft hij speciaal voor deze bijzondere tentoonstelling beelden geselecteerd die hij in een andere setting presenteert. Zowel de boeken als deze voorstellingen zijn in de galerie te koop. Over de achtergrond van de boeken zal hij tevens een kleine lezing geven. Aan de hand van enkele tekst- en beeldfragmenten, deels gebaseerd op een anekdote uit zijn lagere schooltijd in Driehuis, laat hij ons allemaal even boutkunstenaar zijn.

Boutkunst laat zich moeilijk omschrijven. Een duidelijke definitie voor zijn kunst heeft Westenbrink niet. Hij zoekt en hij onderzoekt. Hij wroet in zijn verleden, waarvan onuitwisbare sporen in zijn belevingswereld staan gekrast. Met zijn fascinaties voor geschiedenis, filosofie, astronomie, ruimtevaart, wetenschap en techniek probeert hij deze krassen te duiden. Dat zet hem in het nu, waar zowel zijn romantische als rationele natuur met elkaar lijken te wedijveren. Of verwoorden en verbeelden de boutkunstboeken een absurde poging tot verzoening?

Bijzonderheden

Blikvangers op de expositie zijn een microchip en een monstrans. Aan weerszijden worden die geflankeerd door zeven houten paneeltjes, met daarop afbeeldingen uit de twee boutkunstboeken en uit een derde boek dat nog in voorbereiding is. Deze boutkunst-fragmenten zijn deels een verwijzing naar buurtschap Driehuis. Als kind was Westenbrink dagelijks in deze ‘r.-k. enclave’ te vinden: zaterdag als welp in het Parochiehuis, zondag kerk met eventueel een voetbalwedstrijd van Stormvogels en de rest van de week de Johannes de Doper School, tegenwoordig de Driehuisschool.